Het is tien uur 's ochtends. Ik zit op kantoor. Ik voel me een beetje moe vandaag. Ik heb een kopje koffie nodig. Ik sta op van mijn bureau. Ik loop naar de pauzeruimte. De pauzeruimte is op dezelfde verdieping. Er staat een koffieapparaat in de hoek. Ik pak een schoon kopje van de plank. Ik druk op de knop voor zwarte koffie. De machine maakt een hard geluid. Hete koffie vult mijn kopje. Het ruikt heel lekker. Mijn collega Anna komt binnen. Zij wil ook wat koffie. We zeggen hallo tegen elkaar. Anna vertelt me over haar weekend. Ze was in het park met haar familie. Het weer was erg mooi. Ik vertel haar ook over mijn weekend. Ik keek thuis naar een goede film. We lachen en praten een paar minuten. Dan kijken we op de klok. Het is tijd om terug te gaan naar het werk. Ik drink mijn koffie snel op. Ik voel me nu veel beter. Ik zeg dag tegen Anna. Ik ga terug naar mijn bureau met een glimlach.

Dutch Story (A1)De koffiepauze
This A1 Dutch story is designed for beginner learners. Click any word for instant translation and build your vocabulary as you read.
aboutStory
Een kantoormedewerker neemt een ochtendkoffiepauze, ontmoet een collega in de pauzeruimte, en ze praten over hun weekenden voordat ze verfrist terugkeren naar het werk.
1 / 28
🇳🇱Nederlands→🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Waarom gaat de verteller naar de pauzeruimte?
2
Wat deed Anna in het weekend?
3


