LingoStoriesLingoStories
A1Everyday Situations1 min read194 words28 sentencesAudio

Bij de apotheek

Dutch Story for Beginners (A1)

This A1 Dutch story is designed for beginners learning Dutch. It includes simple vocabulary and short sentences to help you improve your reading and listening skills. Click any word to see translations and hear pronunciation.

About this story

Tom has a cold and visits his local pharmacy for medicine. The friendly pharmacist helps him choose cold medicine and cherry-flavored cough drops. She explains how to take the medicine and Tom goes home to rest.

Underlined word = shows word translationOther words = shows sentence translation
Tom voelt zich vandaag niet lekker. Hij heeft een zware verkoudheid. Zijn neus loopt en zijn keel doet pijn. Tom heeft medicijnen nodig. Hij gaat naar de apotheek bij zijn huis. De apotheek is open van negen tot zes. Tom loopt naar binnen en kijkt rond. Er zijn veel schappen met verschillende producten. Hij ziet vitamines, verbanden en crèmes. Tom gaat naar de balie. Een vriendelijke apotheker begroet hem. Ze vraagt hoe ze kan helpen. Tom vertelt haar dat hij verkouden is. Hij zegt dat zijn keel erg pijnlijk is. De apotheker vraagt of hij koorts heeft. Tom zegt nee, alleen een lopende neus. Ze beveelt wat verkoudheidsmedicijnen aan. De medicijnen zitten in een klein doosje. Tom heeft ook keelpastilles nodig voor zijn keel. De apotheker laat hem de beste zien. Tom kiest de kersensmaak. Hij vraagt hoe vaak hij de medicijnen moet nemen. De apotheker zegt twee keer per dag, ochtend en avond. Ze schrijft het op het doosje voor hem. Tom betaalt voor de medicijnen aan de balie. Het totaal is twaalf euro. Tom bedankt de apotheker voor haar hulp. Hij gaat naar huis om te rusten en zijn medicijnen te nemen.

Vocabulary

20 words from this story

Tap any word to see it in context

Related Stories