het ei→ eggDutch word meaning
"het ei" is a A1-level Dutch word meaning "egg". Below you can find 16 example sentences with audio to help you understand how to use it in real Dutch conversations.
16 stories
Example Sentences

The Ugly Duckling
Een moedereend zit op haar eieren.
A mother duck sits on her eggs.

Baking a Cake
Ze pakken meel, suiker, eieren en boter.
They get flour, sugar, eggs, and butter.

The Easter Egg Hunt
Vandaag is de paaseierenjacht!
Today is the Easter egg hunt!

Weekend Brunch
Er zitten eieren, boter en melk in.
There are eggs, butter, and milk inside.

Shopkeeper and Customer
Hij ziet melk, eieren en kaas.
He sees milk, eggs, and cheese.

Buying Groceries
Ze koopt ook wat eieren.
She also buys some eggs.

Making Breakfast
Er zijn eieren, melk en boter binnen.
There are eggs, milk, and butter inside.

The Shopping List
Er zijn maar twee eieren.
There are only two eggs.

Waiting in Line
Ik heb ook melk en eieren nodig.
I also need milk and eggs.

Grandma's Recipe
Voor het bakken bestreek oma de bovenkant met losgeklopt ei.
Before baking, Grandma brushed the top with beaten egg.

Team Building Day
We moesten eieren op lepels dragen zonder ze te laten vallen.
We had to carry eggs on spoons without dropping them.

At the Farmers Market
Ze had groenten, fruit, brood en verse eieren nodig.
She needed vegetables, fruit, bread, and some fresh eggs.

Jack and the Beanstalk
Dit keer haalde de reus een kip tevoorschijn die gouden eieren legde.
This time, the giant brought out a hen that laid golden eggs.

Mental Health Day
Vandaag bakte ze eieren, maakte toast en sneed vers fruit.
Today, she cooked eggs, made toast, and cut up fresh fruit.

The Robot Helper
MAX gebruikte te veel bloem en brak te veel eieren.
MAX used too much flour and cracked too many eggs.

The Smart Home
'U heeft bijna geen melk en eieren meer,' stond er.
'You are running low on milk and eggs,' it said.