Vandaag is het zondag. Anna wil een taart bakken. Haar moeder helpt haar. Ze gaan naar de keuken. Eerst hebben ze ingrediënten nodig. Ze pakken meel, suiker, eieren en boter. Anna doet het meel in een grote kom. Ze voegt de suiker toe. Haar moeder slaat de eieren open. Ze voegen zachte boter toe. Anna mengt alles door elkaar. Ze gebruikt een grote lepel. Het beslag ziet er glad uit. Haar moeder zet de oven aan. Ze gieten het beslag in een vorm. De vorm gaat in de oven. Ze wachten dertig minuten. De keuken ruikt heerlijk. De taart is klaar! Haar moeder haalt de taart eruit. De taart is goudbruin. Anna legt chocolade bovenop. De taart ziet er mooi uit. Ze proeven de taart. 'Heerlijk!' zegt Anna met een grote glimlach.

Dutch Story (A1)Een taart bakken
This A1 Dutch story is designed for beginner learners. Click any word for instant translation and build your vocabulary as you read.
aboutStory
Anna en haar moeder bakken samen een taart op zondag. Ze mengen meel, suiker, eieren en boter in een grote kom. Nadat de taart dertig minuten in de oven heeft gezeten, is hij goudbruin. Anna doet chocolade erop, en ze zijn het er allebei over eens dat de taart heerlijk is.
1 / 25
🇳🇱Nederlands→🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Wie helpt Anna de taart te bakken?
2
Welke kleur heeft de afgebakken taart?
3


