het nummer→ numberDutch word meaning
"het nummer" is a A1-level Dutch word meaning "number". Below you can find 11 example sentences with audio to help you understand how to use it in real Dutch conversations.
11 stories
Example Sentences

At the Post Office
Hij pakte een nummertje en wachtte op zijn beurt.
He took a number and waited for his turn.

The Wrong Number
Ze kent het nummer niet.
She does not know the number.

Student and Teacher
'Nummer vijf,' antwoordt Tom.
'Number five,' Tom answers.

The Wrong Phone Call
Ze toetst het nummer snel in.
She types the number quickly.

Forgot the Password
Deze keer typt hij zijn favoriete nummer.
This time he types his favorite number.

The Queue at the Bank
Anna pakt een nummer uit de automaat.
Anna takes a number from the machine.

Getting a Haircut
Hij nam een nummertje en ging op een stoel zitten.
He took a number and sat down on a chair.

Delivery to Wrong Address
Meneer Peters liep naar nummer 42.
Mr. Peters walked to number 42.

Karaoke Night
Een man zong een rocknummer op het podium.
A man was singing a rock song on stage.

At City Hall
De vrouw aan de balie glimlachte en gaf haar een nummer.
The woman at the desk smiled and gave her a number.

Bank Teller Conversation
Ze nam een nummertje en wachtte op haar beurt.
She took a number and waited for her turn.