Tom moest een pakket naar zijn oma sturen. Hij liep naar het postkantoor bij zijn huis. Het postkantoor was open van negen tot vijf. Tom ging naar binnen en keek rond. Er stonden veel mensen in de rij te wachten. Hij pakte een nummertje en wachtte op zijn beurt. Na tien minuten was hij aan de beurt. Een vriendelijke vrouw aan de balie vroeg hoe ze kon helpen. Tom zei dat hij een pakket naar Duitsland wilde sturen. De vrouw vroeg hem het pakket op de weegschaal te leggen. Het pakket was niet erg zwaar. Ze vertelde hem dat het twaalf euro zou kosten. Tom vroeg hoe lang het zou duren voor het aankwam. De vrouw zei dat het ongeveer vijf dagen zou duren. Tom besloot het pakket per gewone post te versturen. Hij kon ook expresbezorging kiezen voor meer geld. Maar gewone post was goed voor hem. De vrouw gaf hem een formulier om in te vullen. Tom schreef zijn naam en adres op het formulier. Hij schreef ook het adres van zijn oma op. De vrouw plakte een sticker op het pakket. Tom betaalde met zijn bankpas. Ze gaf hem een bon. Op de bon stond een trackingnummer. Tom kon online controleren waar zijn pakket was. Hij bedankte de vrouw en zei gedag. Tom was blij dat het zo makkelijk was om een pakket te versturen. Zijn oma zou het volgende week ontvangen.

Op het postkantoor
Dutch Story for Beginners (A1)
This A1 Dutch story is designed for beginners learning Dutch. It includes simple vocabulary and short sentences to help you improve your reading and listening skills. Click any word to see translations and hear pronunciation.
About this story
Tom visits the post office to send a package to his grandmother in Germany. He waits in line, weighs the package, and fills out a form. The friendly postal worker explains the cost and delivery time. Tom pays with his card and receives a tracking number to follow his package online.
Underlined word = shows word translationOther words = shows sentence translation
Vocabulary
20 words from this story
Tap any word to see it in context

