de baan→ jobDutch word meaning
"de baan" is a A2-level Dutch word meaning "job". Below you can find 11 example sentences with audio to help you understand how to use it in real Dutch conversations.
11 stories
Example Sentences

First Day at Work
Vandaag is mijn eerste dag op mijn nieuwe werk.
Today is my first day at my new job.

Learning to Drive
'Controleer altijd je spiegels voordat je van baan wisselt,' zei hij tegen haar.
'Always check your mirrors before changing lanes,' he told her.

The Tennis Match
Zijn eerste wedstrijd was om tien uur op baan drie.
His first match was at ten o'clock on court three.

Asking for Time Off
Emma hield van haar werk, maar ze voelde zich moe.
Emma liked her job, but she felt tired.

The Accidental Reply All
David was er zeker van dat hij vandaag zijn baan zou verliezen.
David was sure he would lose his job today.

The Surprise Visit
Maria hoorde dat Elena een nieuwe baan was begonnen.
Maria learned that Elena had started a new job.

Workplace Friendship
Anna begon haar nieuwe baan bij een marketingbedrijf afgelopen maandag.
Anna started her new job at a marketing company last Monday.

The Job Interview
Sarah had al drie maanden naar een nieuwe baan gezocht.
Sarah had been looking for a new job for three months.

Cultural Misunderstanding
Toen ze een baanaanbod in München kreeg, accepteerde ze het onmiddellijk.
When she got a job offer in Munich, she accepted it immediately.

Health Insurance
Maria was net begonnen aan haar eerste baan na de universiteit.
Maria had just started her first job after university.

Moving to a New Country
Toen ze een baanaanbod in Duitsland ontving, kon ze haar geluk niet geloven.
When she received a job offer in Germany, she could not believe her luck.