LingoStoriesLingoStories
A2Fairy Tales2 min read351 words47 sentencesAudio

Hans en Grietje

Dutch Story for Elementarys (A2)

This A2 Dutch story is designed for elementarys learning Dutch. It includes simple vocabulary and short sentences to help you improve your reading and listening skills. Click any word to see translations and hear pronunciation.

About this story

Two children are abandoned in a forest by their stepmother. They find a witch's candy house and are captured. Gretel tricks the witch and saves her brother. They return home with treasure and live happily with their father.

Underlined word = shows word translationOther words = shows sentence translation
Hans en Grietje waren broer en zus. Ze woonden bij hun vader en stiefmoeder. De familie was erg arm. Er was niet genoeg eten voor iedereen. De stiefmoeder had een vreselijk plan. Ze wilde de kinderen in het bos achterlaten. Hans hoorde haar plan die nacht. Hij ging naar buiten en verzamelde witte kiezels. De volgende dag liep de familie het bos in. Hans liet de kiezels langs het pad vallen. De ouders lieten de kinderen alleen achter. Maar Hans en Grietje volgden de kiezels naar huis. De stiefmoeder was erg boos. Ze sloot de deur zodat Hans geen kiezels kon halen. De volgende ochtend gingen ze weer naar het bos. Deze keer liet Hans stukjes brood vallen. De ouders lieten hen diep in het bos achter. Maar de vogels aten alle broodkruimels op. Hans en Grietje waren verdwaald. Ze liepen drie dagen. Toen zagen ze een prachtig huis. Het huis was gemaakt van snoep en taart! De kinderen begonnen het huis op te eten. Een oude vrouw kwam naar buiten. Ze leek aardig en nodigde hen binnen. Maar ze was eigenlijk een heks! De heks sloot Hans op in een kooi. Ze wilde hem opeten als hij dik was. Grietje moest koken en schoonmaken voor de heks. Elke dag controleerde de heks of Hans dik was. Maar Hans liet haar een dun botje zien in plaats van zijn vinger. De heks kon niet goed zien. Na vier weken werd de heks ongeduldig. Ze besloot Hans toch op te eten. Ze zei tegen Grietje dat ze moest controleren of de oven heet was. Grietje deed alsof ze het niet begreep. De heks liet haar zien hoe je de oven controleert. Grietje duwde de heks in het vuur! De heks stierf in de vlammen. Grietje bevrijdde haar broer uit de kooi. Ze vonden goud en juwelen in het huis van de heks. Ze vulden hun zakken met schatten. Ze vonden eindelijk de weg naar huis. Hun stiefmoeder was gestorven. Hun vader was zo blij om hen te zien. Met de schat hoefden ze nooit meer honger te lijden. Ze leefden gelukkig samen.

Vocabulary

30 words from this story

Tap any word to see it in context

Related Stories