Een klein meisje woont in een dorp. Ze draagt een rood kapje. Iedereen noemt haar Roodkapje. Haar grootmoeder is ziek. Haar moeder geeft haar een mand. De mand heeft eten en taart. Ze moet door het bos lopen. Haar moeder zegt: Wees voorzichtig! Praat niet met vreemden. Roodkapje loopt het bos in. Ze ziet mooie bloemen. Een grote wolf komt naar haar toe. Hallo, klein meisje, zegt de wolf. Waar ga je naartoe? Ik ga naar het huis van mijn grootmoeder. Ze is ziek. De wolf rent naar het huis van grootmoeder. Hij eet grootmoeder op. Hij trekt haar kleren aan. Hij gaat in haar bed liggen. Roodkapje komt aan. Grootmoeder, wat heb je grote ogen! Om je beter te kunnen zien, mijn kind. Grootmoeder, wat heb je grote oren! Om je beter te kunnen horen, mijn kind. Grootmoeder, wat heb je grote tanden! Om je beter te kunnen opeten! De wolf springt op haar af. Een jager hoort haar gillen. Hij rent het huis in. Hij redt Roodkapje. Hij redt ook de grootmoeder. Ze zijn allemaal blij. Roodkapje gaat veilig naar huis.

Roodkapje
Dutch Story for Beginners (A1)
This A1 Dutch story is designed for beginners learning Dutch. It includes simple vocabulary and short sentences to help you improve your reading and listening skills. Click any word to see translations and hear pronunciation.
About this story
A little girl in a red hood visits her sick grandmother. A wolf tricks her and eats the grandmother. A brave hunter saves them both and they all live happily.
Underlined word = shows word translationOther words = shows sentence translation
Vocabulary
24 words from this story
Tap any word to see it in context

