LingoStoriesLingoStories
A1Fairy Tales2 min read197 words35 sentencesAudio

De drie biggetjes

Dutch Story for Beginners (A1)

This A1 Dutch story is designed for beginners learning Dutch. It includes simple vocabulary and short sentences to help you improve your reading and listening skills. Click any word to see translations and hear pronunciation.

About this story

Three pig brothers build houses of straw, sticks, and bricks. A big bad wolf blows down the first two houses, but cannot destroy the brick house. The pigs learn that hard work pays off.

Underlined word = shows word translationOther words = shows sentence translation
Er zijn drie kleine biggetjes. Ze zijn broers. Ze verlaten hun huis om hun eigen huizen te bouwen. Het eerste biggetje is lui. Hij bouwt een huis van stro. Het gaat heel snel en makkelijk. Het tweede biggetje is ook lui. Hij bouwt een huis van takken. Het gaat ook snel en makkelijk. Het derde biggetje is slim. Hij bouwt een huis van stenen. Het duurt lang. Maar het huis is heel sterk. Op een dag komt er een grote boze wolf. Hij heeft heel veel honger. Hij gaat naar het strohuis. Biggetje, laat me binnen! zegt hij. Nee! zegt het eerste biggetje. Dan blaas ik je huis omver! De wolf blaast en blaast. Het strohuis valt om. Het eerste biggetje rent naar zijn broer. De wolf gaat naar het takkenhuis. Biggetjes, laat me binnen! Nee! zeggen de twee biggetjes. De wolf blaast en blaast. Het takkenhuis valt ook om. De twee biggetjes rennen naar het stenen huis. De wolf gaat naar het stenen huis. Hij blaast en blaast en blaast. Maar het huis valt niet om. De wolf is heel moe. Hij gaat weg. De drie biggetjes zijn veilig. Ze leven gelukkig in het stenen huis.

Vocabulary

20 words from this story

Tap any word to see it in context

Related Stories