A1fairy_tale2 minReadAudio

Dutch Story (A1)De drie biggetjes

aboutStory

Drie varkensbroers bouwen huizen van stro, takken en stenen. Een grote boze wolf blaast de eerste twee huizen omver, maar kan het stenen huis niet vernietigen. De varkens leren dat hard werken loont.

1 / 35
🇳🇱→🇬🇧Click any sentence for translation
Er zijn drie kleine biggetjes. Ze zijn broers. Ze verlaten hun huis om hun eigen huizen te bouwen. Het eerste biggetje is lui. Hij bouwt een huis van stro. Het gaat heel snel en makkelijk. Het tweede biggetje is ook lui. Hij bouwt een huis van takken. Het gaat ook snel en makkelijk. Het derde biggetje is slim. Hij bouwt een huis van bakstenen. Het duurt lang. Maar het huis is heel stevig. Op een dag komt er een grote boze wolf. Hij heeft heel veel honger. Hij gaat naar het strohuis. Biggetje, laat me binnen! zegt hij. Nee! zegt het eerste biggetje. Dan blaas ik je huis omver! De wolf blaast en blaast. Het strohuis valt om. Het eerste biggetje rent naar zijn broer. De wolf gaat naar het takkenhuis. Biggetjes, laat me binnen! Nee! zeggen de twee biggetjes. De wolf blaast en blaast. Het takkenhuis valt ook om. De twee biggetjes rennen naar het bakstenen huis. De wolf gaat naar het bakstenen huis. Hij blaast en blaast en blaast. Maar het huis valt niet om. De wolf is heel moe. Hij gaat weg. De drie biggetjes zijn veilig. Ze leven gelukkig in het bakstenen huis.

Test your Dutch skills with interactive exercises

Match 10 wordsFill 7 blanksReorder 7 sentencesDictate 7 sentences

Vocabulary

20 words from this story

relatedStories