Het is zaterdagmiddag. De zon schijnt. Max belt zijn vrienden. 'Willen jullie voetballen?' vraagt hij. 'Ja!' zeggen zijn vrienden. Ze ontmoeten elkaar in het park. Er zijn zes vrienden: Max, Tom, Lisa, Anna, Paul en Sara. Ze maken twee teams. Max, Lisa en Paul zitten in één team. Tom, Anna en Sara zitten in het andere team. De wedstrijd begint. Max heeft de bal. Hij trapt hem naar Lisa. Lisa rent snel. Ze trapt de bal. Doelpunt! 'Goed gedaan, Lisa!' zegt Max. Nu heeft Tom de bal. Hij speelt door naar Anna. Anna trapt. Doelpunt! Het staat één tegen één. Ze spelen een uur. De eindstand is drie tegen drie. Iedereen is moe maar blij. 'Dat was leuk!' zegt Sara. 'Laten we volgende week weer spelen!' zegt Max.

Dutch Story (A1)Voetballen
This A1 Dutch story is designed for beginner learners. Click any word for instant translation and build your vocabulary as you read.
aboutStory
Op een zonnige zaterdagmiddag ontmoeten Max en zijn vijf vrienden elkaar in het park om te voetballen. Ze maken twee teams van drie en spelen een spannende wedstrijd. De eindstand is drie tegen drie. Iedereen is moe maar blij, en ze spreken af om volgende week weer te spelen.
1 / 25
🇳🇱Nederlands→🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Wie scoort het eerste doelpunt?
2
Wat is de eindstand van de wedstrijd?
3


