De lente is er. Het weer is warm. Anna wil een tuin aanleggen. Ze gaat naar de tuinwinkel. Ze koopt bloemzaad en groentezaad. Ze koopt ook een kleine schep. Anna gaat naar huis met haar spullen. Ze vindt een zonnige plek in de tuin. Eerst spit ze de grond om. De grond is zacht en bruin. Dan maakt Anna kleine gaatjes. Ze legt de zaden in de gaatjes. Ze bedekt ze met grond. 'Nu moet ik ze water geven,' zegt Anna. Ze pakt de gieter. Ze bewatert de tuin voorzichtig. Elke dag kijkt Anna naar haar tuin. Na een week ziet ze kleine groene plantjes! 'Ze groeien!' zegt ze blij. Anna zorgt goed voor haar planten. Ze geeft ze water en wiedt onkruid. In de zomer bloeien de bloemen. Er zijn rode, gele en paarse bloemen. De groenten zijn ook rijp. Anna oogst tomaten en wortelen. 'Mijn tuin is prachtig!' zegt Anna trots.

Dutch Story (A1)Een tuin aanleggen
This A1 Dutch story is designed for beginner learners. Click any word for instant translation and build your vocabulary as you read.
aboutStory
Anna wil in de lente een tuin aanleggen. Ze koopt zaden en een schep, vindt een zonnige plek en plant bloemen- en groentezaden. Ze geeft ze elke dag water en kijkt hoe ze groeien. In de zomer heeft haar tuin kleurrijke bloemen en verse groenten zoals tomaten en wortelen. Anna is trots op haar mooie tuin.
1 / 25
🇳🇱Nederlands→🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Wat kocht Anna in de tuinwinkel?
2
Wanneer zag Anna kleine groene plantjes?
3


