Op de avond voor zijn negenendertigste verjaardag liep Dorian naar huis. Het was bijna middernacht en de straten waren leeg. Een dikke mist was van de rivier komen opzetten. Plotseling raakte iemand zijn arm aan. Het was Basil Hallward. 'Dorian! Wat een geluk om je hier te ontmoeten.' 'Ik was net op weg om je te bezoeken.' 'Basil! Het is maanden geleden dat ik je voor het laatst zag.' 'Ja, ik vertrek morgenochtend naar Parijs.' 'Ik zal zes maanden weg zijn.' 'Maar ik moest je zien voordat ik vertrek.' 'Kom dan binnen,' zei Dorian. Ze liepen samen het grote huis van Dorian binnen. In de bibliotheek keek Basil naar zijn oude vriend. 'Je ziet er precies zo uit als achttien jaar geleden.' 'Het is werkelijk opmerkelijk.' 'Dank je, Basil. Je ziet er zelf ook goed uit.' Basils gezicht werd ernstig. 'Dorian, ik moet met je praten over de geruchten.' 'Welke geruchten?' vroeg Dorian onverschillig. 'Je weet welke geruchten. De verschrikkelijke verhalen over jou.' 'Mensen zeggen de meest afschuwelijke dingen over je leven.' 'Ze zeggen dat jonge mannen zijn geruïneerd door jou te kennen.' 'Ze zeggen dat je mensen de dood in hebt gedreven.' Dorian lachte kil. 'Mensen zullen alles zeggen om zichzelf te vermaken.' 'Maar Dorian, ik kan niet geloven dat je onschuldig bent.' 'Niet met alles wat ik gehoord heb.' 'Vertel me dat het niet waar is. Ik moet het van jou horen.' Dorians ogen werden hard. 'Wil je weten wat ik werkelijk ben, Basil?' 'Ja. Ik heb je geschilderd. Ik voel me verantwoordelijk voor je.' 'Goed dan. Ik zal je mijn ziel laten zien.' 'Je zult zien wat alleen God zou moeten zien.' Basil keek verward maar volgde Dorian naar boven. Ze klommen naar de top van het huis. Dorian deed de deur van het oude schoollokaal van het slot. De kamer was donker en koud. Dorian stak een kaars aan en liep naar het bedekte schilderij. 'Je wilde mijn geheim weten, Basil.' 'Kijk nu naar je meesterwerk.' Hij rukte het doek van het portret. Basil hapte naar adem en deed een stap achteruit. Het gezicht in het schilderij was afschuwelijk. Diepe lijnen van wreedheid tekenden de mond. De ogen waren sluw en kwaadaardig. De huid was vergeeld en gerimpeld. Het was het gezicht van een oude, slechte man. 'Mijn God,' fluisterde Basil. 'Wat is er gebeurd?' 'Dit is wat jij hebt gemaakt, Basil.' 'Jij hebt het portret gemaakt. Nu toont het mijn ziel.' 'Dit is wat ik ben geworden.' Basil staarde met afschuw naar het schilderij. 'Het is onmogelijk. Dit kan niet mijn werk zijn.' Maar hij zag zijn handtekening onderaan. 'Dorian, je moet om vergeving bidden.' 'Het is niet te laat om te veranderen.' Er knapte iets in Dorian. Een verschrikkelijke woede vulde hem. Basil had het portret gemaakt dat hem achtervolgde. Basil was deze nachtmerrie begonnen. Dorian pakte een mes van de tafel. Voordat Basil kon bewegen, stak Dorian hem neer. Hij stak hem keer op keer. Basil viel zonder geluid op de grond. Bloed verspreidde zich over de stoffige vloer. Dorian stond zwaar ademend over het lichaam. Hij keek naar het portret. Bloed droop nu van de geschilderde handen. Hij was een moordenaar geworden.
B1Chapter 11 / 20530 words70 sentences
Hoofdstuk 11: Jaren van zonde
Chapter 11 · Het portret van Dorian Gray · B1 Dutch. Tip: Click on any word while reading to see its translation. Take your time with each chapter and review the vocabulary before moving on.
Chapter Summary
Jaren gaan voorbij. Dorian verzamelt mooie dingen en ervaart alle genoegens. Duistere geruchten verspreiden zich over hem, maar hij blijft jong en mooi terwijl het portret steeds afschuwelijker wordt.
1 / 70
🇳🇱Nederlands→🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
4 questions
1
Waarom kwam Basil die avond naar Dorian?
2
Hoe ziet het portret eruit wanneer Basil het ziet?
3
Waartoe dringt Basil Dorian aan na het zien van het portret?
4