Toen ik wakker werd, stond de zon hoog aan de hemel. Even wist ik niet waar ik was of wat er was gebeurd. Toen kwamen de herinneringen aan de storm en de schipbreuk weer boven. Ik ging snel rechtop zitten en keek om me heen op het strand. De storm was voorbij en de zee was nu veel kalmer. Ik doorzocht het strand naar enig teken van mijn metgezellen. Maar ik zag niemand, noch levend noch dood. Ik riep, maar alleen de golven antwoordden mij. De verschrikkelijke waarheid werd mij duidelijk. Ik was de enige overlevende van de schipbreuk. Al mijn elf metgezellen waren in de zee verdronken. Ik viel op mijn knieën en dankte God dat Hij mijn leven had gered. Maar toen begon ik na te denken over mijn situatie. Ik was alleen op een onbekende kust met niets anders dan de kleren aan mijn lijf. Ik had geen eten, geen water, geen wapens om mezelf te verdedigen. Wilde dieren of woeste mensen konden me elk moment aanvallen. Ik rende als een gek over het strand heen en weer. Ik huilde en schreeuwde totdat ik geen stem meer over had. Toen de nacht viel, klom ik in een hoge boom om te slapen. Ik was bang dat wilde dieren me op de grond zouden vinden. Ondanks mijn angst was ik zo uitgeput dat ik vast sliep. De volgende ochtend zag ik iets dat me hoop gaf. Ons schip was tijdens de nacht verplaatst. Het getij had het van de zandbank getild en dichter bij de kust gebracht. Het schip was beschadigd maar dreef nog steeds. Ik besloot erheen te zwemmen en te redden wat ik kon. Het water was koud, maar ik bereikte het schip zonder moeite. Ik klom aan boord met behulp van een touw dat aan de zijkant hing. Het dek was een chaos van gebroken hout en verwarde touwen. Maar veel van de lading beneden was nog steeds droog en veilig. Eerst vond ik eten: brood, rijst, kaas en gedroogd vlees. Ik at hongerig terwijl ik de rest van het schip doorzocht. Ik vond vaten buskruit en verschillende geweren. Er was gereedschap: hamers, zagen, bijlen en spijkers. Ik ontdekte kleding, dekens en zeildoek om tenten van te maken. Deze schatten zouden me helpen te overleven in dit onbekende land. Ik bouwde een vlot van gebroken stukken van het schip. Het kostte me uren, maar uiteindelijk had ik een platform dat kon drijven. Ik laadde het voorzichtig met alle voorraden die ik kon dragen. Drie kisten bevatten eten, een andere bevatte gereedschap en spijkers. Ik legde de geweren en het buskruit in een aparte kist om ze droog te houden. Langzaam peddelde ik mijn zware vlot naar de kust. De stroming deed me bijna twee keer omslaan, maar ik slaagde erin het strand te bereiken. Ik laadde alles uit boven de hoogwaterlijn. Toen zwom ik terug naar het schip om meer voorraden te halen. Twaalf dagen lang maakte ik reizen heen en weer naar het schip. Ik redde alles bruikbaars dat ik kon vinden. Ik nam al het touw, al het zeildoek en al het ijzer. Ik redde twee katten en een hond die op het schip hadden overleefd. Zij zouden mijn metgezellen zijn op deze eenzame plek. Ik vond een kleine kist met geld en lachte bitter. Wat had goud voor nut op een eiland zonder winkels of markten? Maar ik nam het toch mee, voor het geval ik ooit een weg naar huis zou vinden. Op de dertiende dag kwam er een zware storm. Toen de ochtend aanbrak, was het schip verdwenen. De storm had het uit elkaar geslagen en over de zee verspreid. Ik was blij dat ik zo hard had gewerkt om alles mogelijke te redden. Nu was mijn laatste verbinding met de wereld van de mensen verdwenen. Ik zat op het strand en huilde urenlang. Toen droogde ik mijn tranen en keek naar mijn stapel voorraden. Ik had genoeg om te overleven, in ieder geval voor een tijdje. Ik had geweren om te jagen en gereedschap om te bouwen. Ik had zaden die ik kon planten voor toekomstig voedsel. Ik vond ook inkt, papier en pennen in de hut van de kapitein. Ik zou een dagboek bijhouden van mijn tijd op dit eiland. Het belangrijkste was dat ik drie Bijbels had gered. Ze zouden me troost brengen in de donkere dagen die voor me lagen. Ik keek naar de groene heuvels die achter het strand oprezen. Dit onbekende land was nu mijn thuis. Ik moest het verkennen en een veilige plek vinden om te wonen.
B1Chapter 5 / 15764 words70 sentences
De schipbreuk
Chapter 5 · Robinson Crusoe · B1 Dutch. Tip: Click on any word while reading to see its translation. Take your time with each chapter and review the vocabulary before moving on.
Chapter Summary
Een verschrikkelijke storm vernietigt het schip en Robinson spoelt alleen aan land.
1 / 70
🇳🇱Nederlands→🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
4 questions
1
Hoeveel dagen besteedde Robinson aan het redden van voorraden van het schip?
2
Wat gebeurde er met Robinsons metgezellen van het schip?
3
Waarom lachte Robinson bitter toen hij de kist met geld vond?
4