Emma had nieuwe kleren nodig voor de zomer. Ze besloot om op zaterdag te gaan winkelen. Ze ging naar het grote winkelcentrum in de stad. Er waren veel kledingwinkels binnen. Eerst ging ze een damesmodezaak binnen. Een verkoopster kwam haar helpen. Hallo! Zoekt u iets speciaals? Ja, ik heb een zomerjurk nodig. We hebben veel mooie jurken. Welke maat draagt u? Ik draag maat medium. Welke kleur wilt u? Ik geef de voorkeur aan blauw of groen. Hier zijn wat opties. Wilt u ze passen? Ja, graag. Waar is de paskamer? De paskamers zijn achterin de winkel. Emma nam drie jurken mee om te passen. De eerste jurk was te strak. De tweede jurk was te lang. De derde jurk was perfect. Het was een prachtige blauwe jurk met witte bloemen. Ze keek naar het prijskaartje. Het kostte vijfenveertig euro. Dat was een goede prijs. Ze besloot hem te kopen. Daarna zocht ze een paar sandalen. Ze vond mooie bruine sandalen. Welke maat zijn deze sandalen? Ze zijn maat achtendertig. Kan ik ze passen? Natuurlijk. Gaat u zitten. Emma paste de sandalen. Ze waren comfortabel en pasten goed. Hoeveel kosten deze? Ze kosten dertig euro. Ik neem ze. Emma liep verder door het winkelcentrum. Ze zag een uitverkoopbord in een andere winkel. Vijftig procent korting op alle t-shirts! Ze ging naar binnen om te kijken. Ze vond een mooi wit t-shirt. De oorspronkelijke prijs was twintig euro. Met de korting was het maar tien euro. Ze kocht het t-shirt ook. Tot slot had ze een nieuwe tas nodig. Ze vond een kleine leren tas in een etalage. Ze ging naar binnen en vroeg ernaar. Pardon, hoeveel kost de bruine tas in de etalage? Die tas kost vijfenvijftig euro. Dat was meer dan ze wilde uitgeven. Heeft u iets goedkopers? Ja, we hebben deze vergelijkbare tas voor dertig euro. Emma keek naar de goedkopere tas. Hij was mooi maar niet zo mooi als de eerste. Ze besloot erover na te denken. Uiteindelijk betaalde ze voor de jurk, sandalen en t-shirt. Het totaal was vijfentachtig euro. Ze betaalde met haar creditcard. Wilt u een kassabon? Ja, graag. Alstublieft. Bedankt voor uw aankoop! Emma was blij met haar nieuwe zomerkleren. Ze ging tevreden naar huis met haar aankopen.

Kleding kopen
Dutch Story for Elementarys (A2)
This A2 Dutch story is designed for elementarys learning Dutch. It includes simple vocabulary and short sentences to help you improve your reading and listening skills. Click any word to see translations and hear pronunciation.
About this story
Emma goes shopping for summer clothes. She buys a beautiful blue dress, brown sandals, and a discounted t-shirt. She considers a leather bag but decides it's too expensive. She pays and goes home happy with her purchases.
Underlined word = shows word translationOther words = shows sentence translation
Vocabulary
30 words from this story
Tap any word to see it in context

