Emma werd heel vroeg wakker op zaterdagochtend. Vandaag was een bijzondere dag omdat haar familie de veerboot zou nemen. Ze gingen haar oma bezoeken die aan de andere kant van de zee woonde. Emma was nog nooit op een veerboot geweest. Ze was heel opgewonden, maar ook een beetje zenuwachtig. 'Wat als ik zeeziek word?' vroeg ze aan haar moeder. 'Maak je geen zorgen,' zei haar moeder met een glimlach. 'De zee is vandaag kalm, dus het wordt een rustige reis.' Het gezin pakte hun tassen en reed naar de haven. Toen ze aankwamen, zag Emma de veerboot voor het eerst. Hij was veel groter dan ze zich had voorgesteld. De veerboot was wit en blauw met veel ramen. 'Het lijkt wel een drijvend hotel!' zei Emma. Haar vader lachte en was het met haar eens. Ze reden met de auto de veerboot op en parkeerden hem op het onderste dek. Er waren veel andere auto's en zelfs enkele vrachtwagens. Een bemanningslid liet hen zien waar ze heen moesten. Ze namen een trap naar het passagiersdek. Emma was verbaasd over hoe groot het schip vanbinnen was. Er was een restaurant, een café en zelfs een kleine winkel. Het gezin vond comfortabele stoelen bij een groot raam. Al snel hoorde Emma een luide hoorn. De veerboot begon te bewegen! Ze drukte haar gezicht tegen het raam om te kijken. De haven verdween langzaam toen de veerboot de haven verliet. Emma kon andere boten en de stad in de verte zien. Na een tijdje gingen ze naar buiten op het dek. De wind was sterk en fris. Emma hield de reling vast en keek naar het water beneden. De golven waren klein en de zee was donkerblauw. 'Kijk!' riep haar broer. Hij wees naar iets in het water. Emma keek en zag meeuwen achter de veerboot vliegen. Ze volgden het schip in de hoop eten te vinden. Na het kijken naar de vogels ging het gezin weer naar binnen. Het was tijd voor de lunch, dus ze gingen naar het restaurant. Emma bestelde fish and chips omdat ze op een boot waren. Haar ouders glimlachten om haar keuze. Het eten was heerlijk en het uitzicht was prachtig. Na de lunch verkende Emma het schip met haar broer. Ze vonden een speelruimte voor kinderen. Er waren andere kinderen en ze speelden allemaal samen. De tijd ging snel voorbij op de veerboot. Plotseling riep Emma's moeder hen terug. 'We zijn er bijna!' zei ze. Emma rende naar het raam en keek naar buiten. Ze kon land zien in de verte. De veerboot ging langzamer toen hij de nieuwe haven naderde. Een mededeling vroeg iedereen om terug te gaan naar hun auto's. Het gezin ging naar beneden naar het autodek. Ze wachtten in de auto terwijl de veerboot aanlegde. De grote deur aan de voorkant van de veerboot ging langzaam open. Auto's begonnen één voor één van de veerboot te rijden. Al snel waren zij aan de beurt om te vertrekken. Emma was opgewonden om op een nieuwe plek te zijn. Ze reden door de stad en volgden de borden. Na dertig minuten kwamen ze aan bij oma's huis. Oma stond bij de deur te wachten met een grote glimlach. Emma rende naar haar toe om haar te knuffelen. 'Hoe was de veerboot?' vroeg oma. 'Het was geweldig!' zei Emma blij. 'Ik kan niet wachten om weer met de veerboot te gaan!'

Dutch Story (A2)De veertocht
This A2 Dutch story is designed for elementary learners. Click any word for instant translation and build your vocabulary as you read.
aboutStory
Emma en haar familie maken hun eerste veerboottocht over zee om haar oma te bezoeken. Ze verkennen het schip, kijken naar de golven en genieten samen van de reis.
1 / 62
🇳🇱Nederlands→🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
4 questions
1
Waarom nam Emma's familie de veerboot?
2
Wat zag Emma toen ze naar buiten op het dek ging?
3
Wat bestelde Emma voor de lunch op de veerboot?
4


