Vandaag is het zaterdag. Ik ga mijn opa en oma bezoeken. Ze wonen in een klein dorpje. Mijn moeder rijdt auto. De reis duurt een uur. Ik zie koeien en paarden onderweg. We komen aan bij hun huis. Oma doet de deur open. Ze knuffelt me en glimlacht. 'Welkom, lieverd!' zegt ze. Opa zit in de tuin. Hij leest een krant. Ik ren naar hem toe en geef hem een kus. De tuin is prachtig. Er zijn veel bloemen. Oma maakt lunch voor ons. We eten soep en brood. Het eten is heerlijk. Na de lunch speel ik in de tuin. Opa laat me zijn groenten zien. Hij verbouwt tomaten en wortels. Ik help hem de planten water geven. 's Avonds drinken we samen thee. Oma vertelt me een verhaal. Ik hou ervan om mijn opa en oma te bezoeken.

Dutch Story (A1)Bezoek aan opa en oma
aboutStory
Een kind brengt een heerlijke zaterdag door bij opa en oma in hun dorpshuis. Ze genieten van een warm welkom, heerlijk eten en quality time samen in de tuin.
1 / 25
🇳🇱→🇬🇧Click any sentence for translation
Test your Dutch skills with interactive exercises
Match 10 wordsFill 7 blanksReorder 7 sentencesDictate 7 sentences


