Emma is op vakantie in Barcelona. Vandaag is haar laatste dag in de stad. Ze wil souvenirs kopen voor haar familie. Emma loopt naar de oude stad. Er zijn veel winkels in de straat. Ze ziet een kleine souvenirwinkel. Emma gaat de winkel binnen. De winkel heeft veel kleurrijke spullen. Een vriendelijke vrouw werkt daar. 'Hallo! Kan ik u helpen?' vraagt ze. 'Ja, graag. Ik heb cadeaus nodig voor mijn familie,' zegt Emma. Emma bekijkt eerst de ansichtkaarten. De ansichtkaarten tonen mooie foto's van Barcelona. Ze koopt vijf ansichtkaarten voor haar vrienden. Dan ziet ze wat keramische borden. De borden hebben traditionele Spaanse ontwerpen. 'Hoeveel kost dit bord?' vraagt Emma. 'Het is vijftien euro,' antwoordt de vrouw. Emma vindt het een goede prijs. Ze koopt een blauw bord voor haar moeder. Vervolgens heeft Emma een cadeau nodig voor haar broer. Ze ziet een plank met kleine voetbalshirts. Haar broer houdt van voetbal. Ze kiest een rood en blauw shirt voor hem. Ten slotte zoekt Emma iets voor haar vader. Ze vindt een mooie sleutelhanger met de stadsnaam. 'Mijn vader zal dit leuk vinden,' denkt ze. Emma brengt al haar spullen naar de kassa. 'Dat wordt vijfendertig euro, alstublieft,' zegt de vrouw. Emma betaalt met haar creditcard. De vrouw stopt alles in een papieren tas. 'Dank u! Een goede reis naar huis,' zegt ze. 'Heel erg bedankt!' antwoordt Emma met een glimlach. Emma verlaat de winkel en loopt terug naar haar hotel. Ze is blij met haar souvenirs. Haar familie zal de cadeaus uit Barcelona geweldig vinden.

Dutch Story (A1)Souvenirs kopen
This A1 Dutch story is designed for beginner learners. Click any word for instant translation and build your vocabulary as you read.
aboutStory
Emma is op vakantie in Barcelona en bezoekt op haar laatste dag een souvenirwinkel. Ze koopt ansichtkaarten voor haar vrienden, een keramisch bord voor haar moeder, een voetbalshirt voor haar broer en een sleutelhanger voor haar vader. De vriendelijke verkoopster helpt haar, en Emma is blij met haar aankopen voor haar familie.
1 / 36
🇳🇱Nederlands→🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Wat koopt Emma voor haar moeder?
2
Waarom koopt Emma een voetbalshirt?
3


