Een jongen woont in een klein dorp. Hij heet Peter. Peter zorgt voor de schapen. Elke dag gaat hij naar de heuvel met de schapen. De schapen eten de hele dag gras. Peter verveelt zich. Hij heeft een idee. 'Ik zal een grap uithalen,' denkt hij. Peter rent naar het dorp. 'Wolf! Wolf!' roept hij. De dorpelingen komen snel. Maar er is geen wolf. Peter lacht hen uit. De dorpelingen zijn boos. De volgende dag doet Peter het weer. 'Wolf! Wolf!' roept hij. De dorpelingen komen weer. Maar er is weer geen wolf. De dorpelingen zijn nu erg boos. Een week later komt er een echte wolf. Peter ziet de wolf bij de schapen. 'Wolf! Wolf!' roept hij heel hard. Maar de dorpelingen komen niet. 'Hij liegt weer,' zeggen ze. Peter leert dat niemand een leugenaar gelooft.

Dutch Story (A1)De jongen die wolf riep
aboutStory
Peter, een herdersjongen, verveelt zich bij het hoeden van schapen en bedriegt de dorpelingen door twee keer 'Wolf!' te roepen. Ze komen aanrennen maar vinden geen wolf, waardoor ze boos worden. Als er een echte wolf verschijnt, gelooft niemand Peters hulpgeroep. Hij leert dat leugenaars niet worden geloofd, zelfs als ze de waarheid vertellen.
1 / 25
🇳🇱→🇬🇧Click any sentence for translation
Test your Dutch skills with interactive exercises
Match 10 wordsFill 7 blanksReorder 7 sentencesDictate 7 sentences

