Anna gaat morgen op reis. Ze moet haar koffer inpakken. Anna opent haar kast. Ze kijkt naar haar kleren. 'Ik heb warme kleren nodig,' denkt ze. Anna pakt twee truien uit de kast. Ze legt ze in de koffer. Ze heeft ook broeken nodig. Anna kiest drie broeken. Ze vouwt ze zorgvuldig. Nu denkt ze aan schoenen. Ze pakt haar wandelschoenen. Ze pakt ook sandalen in voor het strand. Anna gaat naar de badkamer. Ze heeft haar tandenborstel en tandpasta nodig. Ze stopt ze in een klein tasje. Ze neemt ook shampoo en zeep mee. Anna kijkt naar haar lijstje. 'Paspoort!' zegt ze. Ze vindt haar paspoort in de la. Ze pakt ook haar telefoonoplader. De koffer is nu bijna vol. Anna voegt een boek toe om te lezen. Ze sluit de koffer. Anna is klaar voor haar reis!

Dutch Story (A1)Inpakken voor een reis
This A1 Dutch story is designed for beginner learners. Click any word for instant translation and build your vocabulary as you read.
aboutStory
Anna bereidt zich voor op haar reis door haar koffer in te pakken. Ze kiest zorgvuldig kleding, schoenen, toiletartikelen en onthoudt belangrijke dingen zoals haar paspoort en telefoonoplader.
1 / 25
🇳🇱Nederlands→🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Wanneer gaat Anna op reis?
2
Hoeveel truien pakt Anna in?
3


