A1everyday5 minRead338 words50 sentencesAudio

Dutch Story (A1)Fastfood bestellen

This A1 Dutch story is designed for beginner learners. Click any word for instant translation and build your vocabulary as you read.

aboutStory

Tom heeft honger en gaat naar een fastfoodrestaurant dicht bij zijn huis. Hij bestelt een cheeseburger, grote frietjes en een cola. Na het betalen en wachten op zijn eten vindt hij een tafel bij het raam en geniet van zijn maaltijd. Het eten is heerlijk en Tom vertrekt blij.

1 / 50
🇳🇱Nederlands🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Tom heeft honger. Hij wil iets snels eten. Hij gaat naar een fastfoodrestaurant. Het restaurant is dicht bij zijn huis. Hij opent de deur en loopt naar binnen. Er zijn veel mensen in het restaurant. Tom wacht in de rij. Hij kijkt naar het menu aan de muur. Het menu heeft foto's van het eten. Tom ziet hamburgers, frietjes en drankjes. Nu is het zijn beurt om te bestellen. Een vrouw achter de toonbank glimlacht naar hem. 'Hallo! Wat mag het zijn vandaag?' vraagt ze. 'Ik wil graag een cheeseburger, alstublieft', zegt Tom. 'Wilt u daar frietjes bij?' vraagt ze. 'Ja, ik wil grote frietjes', antwoordt Tom. 'En wat wilt u drinken?' vraagt ze. 'Ik neem een cola, alstublieft', zegt Tom. 'Wilt u verder nog iets?' vraagt ze. 'Nee, dat is alles. Dank u', zegt Tom. 'Is dit om hier te eten of om mee te nemen?' vraagt ze. 'Om hier te eten, alstublieft', antwoordt Tom. 'Dat wordt acht dollar en vijftig cent', zegt ze. Tom haalt zijn portemonnee tevoorschijn. Hij geeft haar een biljet van tien dollar. Ze geeft hem zijn wisselgeld. 'Uw nummer is tweeënveertig', zegt ze. Tom neemt het bonnetje en wacht. Hij zoekt een plek om te zitten. Hij vindt een tafel bij het raam. Hij gaat zitten en wacht op zijn eten. 'Nummer tweeënveertig!' roept een man. Tom loopt naar de toonbank. Hij pakt zijn dienblad met eten. De hamburger ziet er heerlijk uit. Tom gaat terug naar zijn tafel. Hij neemt een grote hap van zijn hamburger. De kaas is warm en gesmolten. De frietjes zijn heet en zout. Tom geniet erg van zijn maaltijd. Hij drinkt zijn cola door een rietje. De cola is koud en verfrissend. Al snel eet Tom al zijn eten op. Hij veegt zijn handen af met een servet. Hij gooit zijn afval in de prullenbak. Tom zet het dienblad op de plank. Hij heeft geen honger meer. Tom verlaat het restaurant met een glimlach. Het eten was goed en snel. Tom komt hier nog eens terug.

Comprehension Questions

3 questions

1

Wat bestelt Tom in het restaurant?

2

Waar gaat Tom zitten in het restaurant?

3

Hoe voelt Tom zich aan het einde van het verhaal?

Vocabulary

20 words from this story

relatedStories