A1everyday2 minRead222 words38 sentencesAudio

Dutch Story (A1)Bij het tankstation

This A1 Dutch story is designed for beginner learners. Click any word for instant translation and build your vocabulary as you read.

aboutStory

Tom rijdt op de snelweg wanneer hij merkt dat zijn auto bijna geen benzine meer heeft. Hij vindt een tankstation en tankt vol. Tom betaalt de kassier met zijn creditcard en krijgt een bon. Met een volle tank vervolgt hij zijn reis.

1 / 38
🇳🇱Nederlands🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Tom rijdt met zijn auto op de snelweg. Hij kijkt naar de brandstofmeter. De tank is bijna leeg. Tom moet een tankstation vinden. Hij ziet een bord langs de weg. Het bord zegt 'Tankstation - 2 km'. Tom rijdt naar het tankstation. Hij stopt zijn auto bij een pomp. Tom stapt uit de auto. Hij opent de tankdop. Tom pakt het tankpistool. Hij steekt het in de tank. Tom drukt op de knop voor normale benzine. De pomp begint te werken. Tom kijkt naar de cijfers op het scherm. De liters gaan langzaam omhoog. De prijs gaat ook omhoog. Tom vult de tank helemaal. De pomp stopt automatisch. Tom hangt het pistool terug. Hij sluit de tankdop. Tom loopt naar de winkel in het station. Een kassier staat achter de toonbank. 'Hallo,' zegt Tom. 'Ik moet betalen voor pomp drie.' De kassier kijkt naar de computer. 'Dat is vijfenveertig euro,' zegt hij. Tom haalt zijn portemonnee tevoorschijn. Hij betaalt met zijn creditcard. De machine piept. 'Heeft u een bon nodig?' vraagt de kassier. 'Ja, graag,' zegt Tom. De kassier geeft hem de bon. 'Dank u. Goede reis!' zegt de kassier. Tom loopt terug naar zijn auto. Hij stapt in en start de motor. De brandstofmeter toont nu een volle tank. Tom glimlacht en rijdt weg. Hij vervolgt zijn reis op de snelweg.

Comprehension Questions

3 questions

1

Waarom stopt Tom bij het tankstation?

2

Hoeveel betaalt Tom voor de benzine?

3

Wat geeft de kassier Tom aan het einde?

Vocabulary

20 words from this story

relatedStories