A1dialogue3 minReadAudio

Dutch Story (A1)Inchecken in het hotel

aboutStory

Anna komt aan bij een hotel en checkt in bij de receptie. De receptionist geeft haar een kamersleutel en informatie over ontbijt, wifi en de lift. Ze gaat naar haar comfortabele kamer op de derde verdieping en rust uit na haar lange reis.

1 / 35
🇳🇱→🇬🇧Click any sentence for translation
Anna komt 's avonds aan bij een hotel. Ze heeft een koffer en een kleine tas. Ze loopt naar de receptie. Een man werkt achter de balie. 'Goedenavond,' zegt de man met een glimlach. 'Goedenavond,' antwoordt Anna. 'Ik heb een reservering voor twee nachten.' 'Wat is uw naam, alstublieft?' vraagt de man. 'Mijn naam is Anna Berg.' De man kijkt naar zijn computer. 'Ja, ik zie uw reservering,' zegt hij. 'U heeft een kamer op de derde verdieping.' 'Mag ik uw paspoort zien, alstublieft?' Anna geeft hem haar paspoort. De man noteert wat gegevens. 'Hier is uw sleutel,' zegt hij. 'Uw kamernummer is 305.' 'Dank u,' zegt Anna. 'Hoe laat is het ontbijt?' 'Het ontbijt is van zeven tot tien uur 's ochtends.' 'Het restaurant is op de eerste verdieping.' 'Is er wifi op de kamer?' vraagt Anna. 'Ja, de wifi is gratis.' 'Het wachtwoord staat op uw sleutelkaart.' 'De lift is rechts van u.' 'Hartelijk bedankt,' zegt Anna. 'Graag gedaan. Prettig verblijf!' Anna neemt de lift naar de derde verdieping. Ze vindt kamer 305 en opent de deur. De kamer is schoon en comfortabel. Er is een groot bed en een bureau. Vanuit het raam heb je een mooi uitzicht op de stad. Anna zet haar koffer op de grond. Ze is moe van de lange reis. Anna gaat op het bed zitten en rust even uit.

Test your Dutch skills with interactive exercises

Match 10 wordsFill 7 blanksReorder 7 sentencesDictate 7 sentences

Vocabulary

20 words from this story

relatedStories