Anna is in een nieuwe stad. Ze wil de metro nemen. Ze ziet een kaartjesautomaat. De automaat heeft een groot scherm. Anna raakt het scherm aan. Ze kiest haar taal. Nu kan ze de tekst lezen. Ze heeft een enkeltje nodig. Ze drukt op de knop. Het kaartje kost twee euro. Anna opent haar portemonnee. Ze stopt een munt in de automaat. De automaat maakt een geluid. Er komt een kaartje uit. Anna pakt haar kaartje. Ze krijgt ook wisselgeld. Ze loopt naar het perron. Ze ziet een kaartjespoortje. Ze steekt het kaartje in het poortje. Het poortje gaat open. Anna loopt erdoor. De metro komt zo. Ze stapt in de metro. Anna is blij. Ze heeft het gedaan!

Dutch Story (A1)Een metrokaartje kopen
aboutStory
Anna bezoekt een nieuwe stad en moet een metrokaartje kopen. Ze gebruikt voor het eerst een kaartjesautomaat en neemt de metro.
1 / 24
🇳🇱→🇬🇧Click any sentence for translation
Test your Dutch skills with interactive exercises
Match 10 wordsFill 7 blanksReorder 7 sentencesDictate 7 sentences
