A1everyday3 minRead185 words30 sentencesAudio

Dutch Story (A1)Op de markt

This A1 Dutch story is designed for beginner learners. Click any word for instant translation and build your vocabulary as you read.

aboutStory

Anna gaat zaterdagochtend naar de markt. Ze koopt appels, bananen, tomaten, wortels en vers brood. Ze praat met de verkopers en betaalt voor haar boodschappen. Anna is blij met haar aankopen en houdt ervan om elke week naar de markt te gaan.

1 / 30
🇳🇱Nederlands🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Het is zaterdagochtend. Anna gaat naar de markt. Ze neemt een grote tas mee. De markt is in het centrum van de stad. Er zijn veel mensen vandaag. Anna kijkt naar de fruitkraam. De appels zien er erg vers uit. 'Hoeveel kosten de appels?' vraagt Anna. 'Twee euro per kilo,' zegt de verkoper. Anna koopt een kilo appels. Ze ziet ook sinaasappels en bananen. Anna koopt drie bananen. Daarna loopt ze naar de groentekraam. Er zijn tomaten, wortels en uien. Anna heeft tomaten nodig voor haar salade. Ze koopt vier grote tomaten. 'Wilt u nog iets anders?' vraagt de vrouw. 'Ja, ik heb ook wat wortels nodig,' zegt Anna. De vrouw doet de wortels in een zak. 'Dat is drie euro vijftig,' zegt ze. Anna betaalt met een biljet van vijf euro. Ze krijgt een euro vijftig terug. Nu wil Anna wat brood kopen. Ze vindt de bakkerijkraam. Het brood ruikt erg lekker. Anna koopt een vers brood. Haar tas is nu vol. Anna loopt langzaam naar huis. Ze is blij met haar boodschappen. Anna houdt ervan om elke zaterdag naar de markt te gaan.

Comprehension Questions

3 questions

1

Wat koopt Anna eerst op de markt?

2

Hoeveel betaalt Anna voor de groenten?

3

Waarom heeft Anna tomaten nodig?

Vocabulary

20 words from this story

relatedStories