A1dialogue3 minReadAudio

Dutch Story (A1)Vragen hoe laat het is

aboutStory

Anna is nieuw in de stad en moet een bus halen. Ze vraagt vreemden hoe laat het is omdat haar telefoon leeg is. Ze leert nuttige uitdrukkingen om de tijd te vragen en te vertellen terwijl ze op tijd bij de bushalte komt.

1 / 35
🇳🇱→🇬🇧Click any sentence for translation
Anna is nieuw in de stad. Ze heeft geen horloge. Haar telefoon is ook leeg. Anna moet om drie uur een bus halen. Ze ziet een man op een bank. 'Pardon,' zegt Anna. 'Hoe laat is het?' De man kijkt op zijn horloge. 'Het is half drie,' zegt hij. 'Dank u wel!' zegt Anna. Anna heeft dertig minuten. Ze loopt naar een koffiebar. Ze bestelt een koffie. Anna drinkt haar koffie langzaam. Ze kijkt naar de klok aan de muur. Het geeft kwart voor drie aan. Anna drinkt snel haar koffie op. Ze betaalt en verlaat het café. Anna loopt naar de bushalte. Ze ziet daar een vrouw wachten. 'Pardon,' zegt Anna tegen de vrouw. 'Hoe laat is het, alstublieft?' De vrouw kijkt op haar telefoon. 'Het is vijf voor drie,' zegt ze. 'Dank u!' zegt Anna. De bus komt om drie uur. Anna stapt in de bus. Ze vindt een zitplaats bij het raam. De bus is vandaag erg vol. Een oude man gaat naast Anna zitten. 'Hallo,' zegt de man. 'Hallo,' antwoordt Anna. 'Weet u wanneer we bij het station aankomen?' vraagt de man. 'Ik denk om half vier,' zegt Anna. 'Dank u,' zegt de man met een glimlach.

Test your Dutch skills with interactive exercises

Match 10 wordsFill 7 blanksReorder 7 sentencesDictate 7 sentences

Vocabulary

20 words from this story

relatedStories