Tom is een jonge jongen. Hij is vijf jaar oud. Tom woont bij zijn moeder en vader. Vandaag speelt Tom buiten in de tuin. Hij speelt met aarde en zand. Zijn handen zijn nu erg vies. Zijn moeder roept hem voor de lunch. 'Tom, kom binnen!' zegt ze. Tom rent het huis in. Hij wil zijn lunch eten. Zijn moeder kijkt naar zijn handen. 'Stop!' zegt ze. 'Je handen zijn vies.' 'Je moet eerst je handen wassen.' Tom gaat naar de badkamer. Hij zet de kraan aan. Het water is warm. Tom pakt de zeep. Hij wrijft de zeep over zijn handen. Hij maakt veel bubbels. Tom wast tussen zijn vingers. Hij wast ook de achterkant van zijn handen. Hij telt tot twintig. Dan spoelt hij de zeep af. Tom droogt zijn handen met een handdoek. Nu zijn zijn handen schoon. Tom gaat terug naar de keuken. Hij laat zijn schone handen aan zijn moeder zien. 'Goed gedaan, Tom!' zegt zijn moeder. 'Schone handen houden ons gezond.' Tom eet zijn lunch. Het eten is heerlijk. Nu wast Tom altijd zijn handen. Hij wast ze voor het eten. Hij wast ze na het buiten spelen.

Dutch Story (A1)Handen wassen
This A1 Dutch story is designed for beginner learners. Click any word for instant translation and build your vocabulary as you read.
aboutStory
Tom leert waarom het belangrijk is om je handen te wassen. Zijn moeder leert hem hoe hij ze goed moet wassen met zeep en water voor de lunch.
1 / 35
🇳🇱Nederlands→🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Waarom stopte Toms moeder hem voor de lunch?
2
Hoe lang waste Tom zijn handen?
3


