LingoStoriesLingoStories
A1Everyday Situations4 min read249 words35 sentencesAudio

Dutch Story (A1)In de wachtkamer

Dit A1 Nederlands verhaal is ontworpen voor beginner die Nederlands leren. Het bevat eenvoudige woordenschat en korte zinnen om je lees- en luistervaardigheden te verbeteren. Klik op elk woord om vertalingen te zien en de uitspraak te horen.

About this story

Tom gaat naar de dokter voor een afspraak. Hij wacht in een lichte wachtkamer met andere patiënten en leest een reistijdschrift. Een klein kind laat zijn speelgoedauto vallen, en Tom geeft die vriendelijk terug. Wanneer de verpleegster zijn naam roept, volgt Tom haar naar de dokter.

Translations in English
Linked wordUnderlined wordOther words
Tom heeft vandaag een doktersafspraak. Hij komt om tien uur bij de kliniek aan. De wachtkamer is groot en licht. Er zijn veel stoelen langs de muren. Tom gaat op een blauwe stoel zitten. Hij kijkt rond in de kamer. Er wachten vijf andere mensen. Een oude man leest een krant. Een jonge vrouw kijkt op haar telefoon. Een moeder zit met haar kleine kind. Het kind speelt met een speelgoedauto. Tom pakt een tijdschrift van de tafel. Het tijdschrift gaat over reizen. Hij ziet foto's van mooie stranden. Een verpleegster komt naar de deur. 'Mevrouw Garcia?' roept ze. De jonge vrouw staat op en gaat mee met de verpleegster. Tom leest verder in het tijdschrift. De klok aan de muur wijst kwart over tien aan. Het kleine kind laat zijn speelgoedauto vallen. De auto rolt naar Toms voeten. Tom pakt het speelgoed op en geeft het terug. 'Dank je wel!' zegt het kind met een grote glimlach. 'Graag gedaan,' zegt Tom. De verpleegster komt weer naar de deur. 'Tom Wilson?' roept ze. Tom legt het tijdschrift neer en staat op. Hij volgt de verpleegster door een lange gang. De verpleegster brengt hem naar een kleine kamer. 'Ga hier alstublieft zitten. De dokter komt zo,' zegt ze. Tom gaat op een wit bed zitten. Hij kijkt naar de posters aan de muur. De posters tonen plaatjes over gezond eten. De deur gaat open en de dokter komt binnen. 'Goedemorgen, Tom. Hoe gaat het vandaag met u?' vraagt de dokter.

Comprehension Questions

3 questions

1

Welke kleur had de stoel waarop Tom ging zitten?

2

Waarmee speelde het kleine kind?

3

Wat gaf Tom terug aan het kind?

Vocabulary

20 words from this story

Related Stories