Sarah wordt elke ochtend om zes uur wakker. Ze werkt op een kantoor in het stadscentrum. Haar appartement is ver van haar werk. Ze neemt een douche en kleedt zich snel aan. Als ontbijt eet ze toast en drinkt ze koffie. Ze verlaat haar appartement om zeven uur. Eerst loopt ze naar de bushalte. De bushalte is vijf minuten van haar appartement. Ze wacht op bus nummer 42. De bus komt elke tien minuten. Vandaag is de bus een beetje laat. Sarah kijkt op haar horloge en wacht. Eindelijk komt de bus. Ze stapt in de bus en laat haar kaartje zien. De bus is erg druk vanmorgen. Ze kan geen zitplaats vinden, dus staat ze. Ze houdt de handgreep vast en luistert naar muziek. De busrit duurt twintig minuten. Ze stapt uit bij het treinstation. Nu moet ze de trein nemen. Ze koopt een kaartje bij de automaat. De trein komt op tijd aan. Sarah vindt een plaats bij het raam. Ze leest het nieuws op haar telefoon tijdens de rit. De treinreis duurt vijftien minuten. Ze stapt uit op het station in het centrum. Vanaf daar loopt ze naar haar kantoor. De wandeling duurt maar vijf minuten. Sarah komt om acht uur op kantoor aan. Ze is vandaag op tijd op het werk. Haar collega's zitten al aan hun bureau. 'Goedemorgen!' zegt ze met een glimlach. Ze maakt een kopje thee voordat ze begint met werken. De reis naar het werk is lang, maar Sarah vindt het niet erg. Ze geniet van de tijd om te lezen en naar muziek te luisteren.

Dutch Story (A1)De reis naar het werk
This A1 Dutch story is designed for beginner learners. Click any word for instant translation and build your vocabulary as you read.
aboutStory
Sarah neemt elke dag een bus en trein naar haar werk. De reis is lang, maar ze geniet ervan om te lezen en naar muziek te luisteren onderweg.
1 / 35
🇳🇱Nederlands→🇬🇧English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Hoe komt Sarah bij het treinstation?
2
Hoe laat komt Sarah op kantoor aan?
3


