Anna wil naar het centrum. Ze loopt naar de bushalte. De bushalte heeft een klein bankje. Anna gaat zitten en wacht. Ze kijkt naar de busdienstregeling. De volgende bus komt over vijf minuten. Een rode bus komt aan bij de halte. De deur gaat langzaam open. Anna stapt in de bus. Ze laat haar kaartje aan de chauffeur zien. De chauffeur glimlacht en knikt. Anna vindt een lege stoel. Ze gaat bij het raam zitten. De bus begint te rijden. Anna kijkt naar de straten buiten. Ze ziet winkels en mensen. De bus stopt bij een stoplicht. Meer mensen stappen in bij de volgende halte. Een oude man gaat naast Anna zitten. Hij leest een krant. Anna telt de haltes. Ze moet uitstappen bij halte nummer acht. De bus kondigt de volgende halte aan. Het is haar halte. Anna zegt 'Dank u' tegen de chauffeur en stapt uit de bus.

Dutch Story (A1)Met de bus
Dit A1 Nederlands verhaal is ontworpen voor beginner die Nederlands leren. Het bevat eenvoudige woordenschat en korte zinnen om je lees- en luistervaardigheden te verbeteren. Klik op elk woord om vertalingen te zien en de uitspraak te horen.
About this story
Anna neemt de bus naar het centrum. Ze wacht bij de bushalte, laat haar kaartje aan de chauffeur zien en vindt een plek bij het raam. Ze kijkt naar de straten en telt de haltes totdat ze haar bestemming bereikt.
Translations in English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Waar wil Anna naartoe?
2
Waar zit Anna in de bus?
3
Bij welke halte moet Anna uitstappen?
Vocabulary
20 words from this story


